Historie

Waarschijnlijk is de naam Den Alerdinck afkomstig van 2 boerenerven: het Groot Alerdinck en het Klein Alerdinck. Deze naam werd omstreek 1500 voor het eerst genoemd. Het huis werd als havezate erkend in 1647/1648. In 1654 werd het huis riddermatig verklaard. De erfgenamen van Derk F. van Voorst tot Bergentheim verkochten het landgoed Den Alerdinck in 1797 aan Bernardus J. van Sonsbeeck (1772-1858). Van Sonsbeeck was markerichter van de marken Lenthe en Dalmsholte, richtte in Zwolle de Overijsselsche Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij van 1809 op en was actief in de Statenpolitiek van Overijssel.

Hoe groot het landgoed in 1797 precies was is niet bekend. Wel is bekend dat de Van Sonsbeecken in de periode 1797 – 1865 voortdurend grond aankochten en dat het landgoed pas omstreeks 1865 200 ha groot was. Bernardus J. van Sonsbeeck liet de havezathe flink verfraaien en door tuinarchitect Zocher een Engelse tuin (park) aanleggen. Ook liet hij tussen 1825 en 1830 de bijna 4 km lange zeewaterkerende dijk rond Den Alerdinck aanleggen om bij Noordwesterstorm het door de Zuiderzee opgestuwde water van de IJssel en het Zwartewater tegen te houden.

Na de dood in 1858 van Bernardus J. van Sonsbeeck vererfde Landgoed Den Alerdinck naar zijn enige zoon Herman van Sonsbeeck (1796-1865), oud-Minister van Buitenlandse Zaken en R.K. Erediensten in het 1e Kabinet Thorbecke, die in 1865 overleed. Gedurende drie jaar werd het landgoed als een onverdeelde boedel beheerd. Volgens een advertentie op 10 juli 1868 in de Zwolse Courant zou het Landgoed Den Alerdinck – in totaal 200 ha – publiek verkocht worden, te veilen in 54 percelen.

 

Coenraad W. baron van Dedem heeft in 1868 de voormalige havezathe Den Alerdinck met omliggend park, enkele bospercelen en landerijen aangekocht. In totaal circa 40 ha. De havezathe is daarna nog twee keer in andere handen overgegaan. De huidige eigenaar is de heer J.W. Koning.

Het merendeel van het landgoed (circa 160 ha, in het vervolg Landgoed Den Alerdinck II genoemd) werd echter aangehouden en werd uiteindelijk geërfd door Pauline F.E.M. van Sonsbeeck (1851-1922), kleindochter van Herman van Sonsbeeck. Pauline F.E.M. van Sonsbeeck huwde in 1875 met Joan Maria baron van Voorst tot Voorst (1851-1939), directeur van de Overijsselsche van 1809, lid van Provinciale Staten van Overijssel en gedurende 24 jaar gedeputeerde. Hun oudste zoon Alexander Eppo baron van Voorst tot Voorst werd Commissaris der Koningin in Overijssel. In 1939 werd Landgoed Den Alerdinck II vererfd aan hun jongste zoon Godfried Roderic baron van Voorst tot Voorst (1886-1967), directeur van de Overijsselsche van 1809, Plaatsvervangend Rechter in Zwolle en lid van de Zwolse gemeenteraad.

In 1976, na het overlijden van zijn weduwe Louise J.T.M. barones van Voorst tot Voorst – Smits van Oyen, is Landgoed Den Alerdinck II verdeeld tussen hun beide zonen, te weten: Roderic Paul Marie baron van Voorst tot Voorst (106 ha Natuurschoonwet-gerangschikt met 5 boerderijen en een bedrijfswoning) en Seger Jan Joseph baron van Voorst tot Voorst (54 ha weidegrond met 2 boerderijen). Roderic Paul Marie baron van Voorst tot Voorst (1917-1988) was directeur van de Overijsselsche van 1809 en na enkele fusies directeur Delta Lloyd Landbouw. Ook was hij Kamerheer i.b.d. van H.M. de Koningin in Overijssel. Seger Jan Joseph baron van Voorst tot Voorst (1927) was diplomaat en zijn laatste post als ambassadeur was bij de Heilige Stoel (het Vaticaan).

Het bezit van Roderic Paul Marie baron van Voorst tot Voorst is in 1987 ondergebracht in een landgoed-BV en is door de aankoop van 2 boerderijen qua oppervlakte van 106 ha uitgebreid naar 120 ha (70 ha landbouwgrond en 50 ha bos en natuur). In het kader van de provinciale pilot “Rood-voor-Groen op bestaande landgoederen” wordt vanwege de Robuuste Verbinding IJssel – Vecht ondermeer 26 van de 70 ha landbouwgrond omgevormd naar natuur. De drie directeuren van BV Landgoed Den Alerdinck II, Sophie H.R.M. barones van Voorst tot Voorst – van Zinnicq Bergmann (1922), Godfried Roderic Marie baron van Voorst tot Voorst (1957; werkzaam bij het Ministerie van Justitie) en Seger Emmanuel baron van Voorst tot Voorst (1961; directeur van Het Nationale Park De Hoge Veluwe en oud-lid van Provinciale Staten van Overijssel), wonen op het landgoed in de boerderijen “Pauline’s Hoeve” en “Joan’s Hoeve”. Vrijwel alle eigenaren van Den Alerdinck II, sedert 1797 zijn bijgezet in het uit 1850 daterende familiegraf, in eigendom bij BV Landgoed Den Alerdinck II, op de R.K. Begraafplaats te Zwolle. Alleen Joan Maria baron van Voorst tot Voorst is elders begraven (in Lugano, Zwitserland). Het bezit van Seger Jan Joseph baron van Voorst tot Voorst, nog steeds 54 ha groot, gaat verder onder de naam “Het Bouwhuis”, vernoemd naar de boerderij die door hem en zijn gezinsleden wordt gebruikt als buitenverblijf. Beide families Van Voorst tot Voorst zijn via Bernardus J. van Sonsbeeck ruim 210 jaar met Den Alerdinck verbonden.

De havezathe bleef ruim 100 jaar in handen van de familie Van Dedem, daarna werd een deel van de 40 ha grond verkocht aan boeren in de omgeving en werd de havezathe met park verkocht aan Frans Lurvink. Lurvink verkocht de havezathe aan Wouter Koning (niet “den Koning”), die het huis en de bijgebouwen schitterend heeft laten restaureren. Het koetshuis wordt tegenwoordig verhuurd voor huwelijken en partijen. Het gebruik van de beschermde naam “Den Alerdinck” is voorbehouden aan de eigenaar van Havezathe Den Alerdinck BV en aan de eigenaren van BV Landgoed Den Alerdinck II.